Alles over
prefab beton

Verantwoordelijkheidscategorieën

Productcertificaat

Met ingang van 1 januari 2004 is de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot het tekenen en berekenen van constructieve prefab betonelementen onder de werking van het KOMO attest-met-productcertificaat gebracht. Hiertoe is Criteria 73 opgesteld. Op 31 maart 2017 is wederom een herziening gepubliceerd te weten: Criteria 73/07.

 

Criteria 73 is van toepassing bij het verkrijgen en in stand houden van een kwaliteitsverklaring voor “geprefabriceerde constructieve betonelementen”.

 

Criteria 73 vormt samen met de in hoofdstuk 1 van dit Criteria genoemde BRL’s de basis voor de verlening van een kwaliteitsverklaring voor "geprefabriceerde constructieve betonelementen".

 

Onder "geprefabriceerde constructieve betonelementen" worden betonelementen verstaan van ongewapend, gewapend of voorgespannen beton met een dragende en/of scheidende functie.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Indeling in categorieën

Om duidelijk te maken hoe de taken en verantwoordelijkheden tussen leverancier en afnemer zijn verdeeld, is door KIWA, in samenspraak met de Bond van Fabrikanten van Betonprducten in Nederland (BFBN), het Centraal Overleg BouwConstructies (COBc), de Betonvereniging en het Constructeursplatform een indeling in categorieën ontwikkeld.


Oorspronkelijk werden er 7 categorieën onderscheiden. Echter, in december 2012 is dit aantal teruggebracht tot 6.

Onveranderd is dat een categorie een hoger nummer heeft naarmate de taken en verantwoordelijkheden van de leverancier / producent (certificaathouder) toenemen.


Categorie 1

Certificaathouder fabriceert volgens opgave van de klant óf levert voorraad- of catalogusproducten

Categorie 2

Certificaathouder maakt vorm- en wapeningstekeningen op basis van de toegeleverde opgave van de wapening

Categorie 3

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van één of meer individuele elementen.

Categorie 4

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van een deelconstructie. In verband met het afwijkende karakter van de diverse deelconstructies is deze categorie als volgt onderverdeeld:
4a Vloeren, waarbij de certificaathouder uitsluitend berekeningen maakt t.a.v. de loodrecht op de vloer(en) werkende krachten;
4b Overige deelconstructies, waar de certificaathouder berekeningen maakt voor alle op deze deelconstructies werkende krachten;

Categorie 5

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van een samenstel van (twee of meer) deelconstructies.

Categorie 6

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van een volledig prefab casco. 

Categorie 7

Vervallen per 1 december 2012.


Door middel van deze categorieën wordt niet alleen eenduidig aangegeven wie verantwoordelijk is voor (onderdelen van) de constructietekeningen en - berekeningen. Ook wordt geregeld wie verantwoordelijk is voor de onderlinge samenhang van de prefab betonelementen en van de verschillende bouwdelen (al dan niet van prefab beton) binnen de totale hoofddraagconstructie.

Taakverdeling

Categorie 1 t/m 5 zijn hieronder nader uitgewerkt, voor categorie 6 dienen op projectniveau sluitende afspraken gemaakt te worden tussen de betrokken partijen.


In de onderstaande tabel is weergegeven wat de taken voor de klant respectievelijk de certificaathouder in de diverse categorieën zijn. De onder “taak” vermelde nummers komen overeen met de taaknummers onder “Specificatie taken”.


De verdeling van taken sluit aan bij DNR-STB 2014 en de onderstaande tabel inclusief terminologie is daaruit overgenomen. De taken voor de klant zijn daarbij opgesplitst in taken voor CC, UB en AR.


De klant blijft altijd verantwoordelijk voor stabiliteit en stijfheid van het bouwwerk, opgelegde vervormingen en buitengewone ontwerpsituaties volgens NEN-EN 1991.


Schema taken en verantwoordelijkheden

Waar moeten verschillende partijen op letten?

De afnemer (veelal de aannemer)

De leverancier/producent kan binnen de regeling een opdracht in principe alleen aanvaarden wanneer hij van de afnemer ten minste de onderstaande gegevens heeft gekregen:

  1. In welke categorie de opdracht moet worden uitgevoerd. De afnemer moet de categorie ontlenen aan het bestek dan wel afspreken met de opdrachtgever;
  2. De documenten die als basis dienen voor de opdracht (tekeningen en bestek);
  3. Wie de hoofdconstructeur van het betreffende werk is;
  4. Milieuklasse;
  5. Constructieklasse;
  6. Gevolgklasse;
  7. Brandwerendheidseisen;
  8. Criteria ten aanzien van uiterlijk en afwerking.


De opdrachtgever van het totale project

De taken en verantwoordelijkheden die volgens de met de aannemer overeengekomen categorie niet aan de certificaathouder zijn toebedeeld, horen te zijn ondergebracht bij de hoofdconstructeur. Regelt de opdrachtgever dit niet, dan neemt hij automatisch zelf de betreffende verantwoordelijkheid op zich.


De hoofdconstructeur

De categorieaanduiding in het bestek behoort aan te sluiten bij zijn taken en verantwoordelijkheden die met de opdrachtgever zijn overeengekomen.


Het Bouwtoezicht

De berekeningen (in categorie 1 en 2 de tekeningen) van de leverancier/producent zijn voorzien van de categorie-aanduiding. Daarmee is geborgd dat deze zijn gebaseerd op de juiste uitgangspunten. Dit bevordert de snelheid van controle.

© 2016/2017 AB-FAB - Website ontwikkeling: Wurld