Alles over
prefab beton

Verantwoordelijkheidscategorieën

Productcertificaat

Met ingang van 1 januari 2004 is de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot het tekenen en berekenen van constructieve prefab betonelementen onder de werking van het KOMO attest-met-productcertifitcaat gebracht. Op 1 december 2012 is het categorie-stelsel aangepast nadat de werkgroep het stelsel na 8 jaar ervaring in opgedaan te hebben, heeft geëvalueerd.


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Veranderingen per 1 december 2012


 1) Aantal categorieën

- Het aantal categorieën is teruggebracht van zeven naar zes, waarvan categorie 1 t/m 5 zijn uitgewerkt.

- Voor categorie 6 is de verdeling van taken vrijgelaten.


2) Voorraad- of catalogusproducten in categorie 1

- Deze vielen in de vorige versie als “standaardproducten” in categorie 3. In de praktijk bleek dit tot problemen te leiden.

- De certificaathouder heeft standaardberekeningen en -tekeningen van deze voorraad- of catalogusproducten, maar levert de producten zonder gegevens over het project waar de producten worden toegepast.

Het is aan de klant om vast te (laten) stellen of de producten in het betreffende project constructief veilig toegepast kunnen worden.

- Voorbeelden van deze producten zijn betonnen heipalen, duikerelementen, keerwanden en balkjes voor combinatievloeren.

- Wanneer de certificaathouder wel de beschikking krijgt over project specifieke informatie, kunnen deze producten ook in een hogere categorie geleverd worden.


3) Afbakening categorieën

- In de vorige versie van bijlage 8 was een duidelijke scheiding tussen categorie 4 en 5, waarbij de certificaathouder de schijfwerking in categorie 4 niet berekent en in categorie 5 wel. In de praktijk bleken marktpartijen hierover verschillend te denken: de certificaathouders van met name systeemvloeren wilden in categorie 4 leveren, terwijl de opdrachtgevers/constructeurs veelal uitgingen van categorie 5.

- Deze scheiding is om deze reden volledig losgelaten. De stabiliteit van het gebouw is nu te allen tijde (met uitzondering in categorie 6 waar dit is vrijgelaten) de verantwoordelijkheid van de klant.

- Categorie 4 gaat nu over deelconstructies. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen vloeren (categorie 4a) en overige deelconstructies (categorie 4b).

De reden hiervoor is dat de certificaathouder bij de vloeren in de berekening alleen de loodrecht op de vloer werkende krachten beschouwt.

- Categorie 5 is voor een samenstel van deelconstructies, bijvoorbeeld wanneer de certificaathouder de vloer én de wand levert of de vloer en de kern, of alle drie.

Het blijft belangrijk om op basis van deze indeling per project goede afspraken te maken.


4) Product specifieke aanvullingen/afwijkingen

- Voor een aantal producten waren in de praktijk aanvullende lijstjes ontstaan met afspraken. Om dit te voorkomen is in eerste instantie de omschrijving van de taken aangepast. Daarnaast bleek het niet te voorkomen om voor een aantal gevallen product specifieke aanvullingen op te nemen. Het gaat hierbij met name om producten voor de GWW-sector, holle wanden en kanaalplaatvloeren


5) Termen en definities

- De gebruikte termen zijn vereenvoudigd en eenduidiger gemaakt. Voor de overgebleven terminologie is een lijst met definities aan bijlage 8 toegevoegd.


6) Categorieën in beeld

- Ten slotte is een aantal tekeningen opgenomen, waarin de verdeling van de taken eenvoudig is weergegeven.


Nadere informatie

Voor nadere informatie www.kiwabeton.nl

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Indeling in categorieën

Om duidelijk te maken hoe de taken en verantwoordelijkheden tussen leverancier en afnemer zijn verdeeld, is door KIWA, in samenspraak met de Bond van Fabrikanten van Betonprducten in Nederland (BFBN), het Centraal Overleg BouwConstructies (COBc), de Betonvereniging en het Constructeursplatform een indeling in categorieën ontwikkeld.


Tot aan de wijziging in december 2012 waren er 7 categorieën onderscheiden, dit aantal is nu teruggegbracht tot 6.

Onveranderd is dat een categorie een hoger nummer heeft naarmate de taken en verantwoordelijkheden van de leverancier / producent (certificaathouder) toenemen.


Categorie 1

Certificaathouder fabriceert volgens opgave van de klant óf levert voorraad- of catalogusproducten

Categorie 2

Certificaathouder maakt vorm- en wapeningstekeningen op basis van de toegeleverde opgave van de wapening

Categorie 3

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van één of meer individuele elementen.

Categorie 4

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van een deelconstructie. In verband met het afwijkende karakter van de diverse deelconstructies is deze categorie als volgt onderverdeeld:
4a Vloeren, waarbij de certificaathouder uitsluitend berekeningen maakt t.a.v. de loodrecht op de vloer(en) werkende krachten;
4b Overige deelconstructies, waar de certificaathouder berekeningen maakt voor alle op deze deelconstructies werkende krachten;

Categorie 5

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van een samenstel van (twee of meer) deelconstructies.

Categorie 6

Certificaathouder maakt berekeningen en tekeningen van een volledig prefab casco. 

Categorie 7

Vervallen per 1 december 2012.



Middels deze categorieën wordt niet alleen eenduidig aangegeven wie verantwoordelijk is voor (onderdelen van) de constructietekeningen en - berekeningen. Ook wordt hiermee geregeld wie verantwoordelijk is voor de onderlinge samenhang van de prefab betonelementen en van de verschillende bouwdelen (al dan niet van prefab beton) binnen de totale hoofddraagconstructie.


Schema taken en verantwoordelijkheden

Overzicht1- taakverdeling_verantwoordelijkheden


 Overzicht 2-taakverdeling_verantwoordelijkheden


Waar moeten verschillende partijen op letten?

De afnemer (veelal de aannemer)

De leverancier/producent kan binnen de regeling een opdracht in principe alleen aanvaarden wanneer hij van de afnemer ten minste de onderstaande gegevens heeft gekregen:

  1. In welke categorie de opdracht moet worden uitgevoerd. De afnemer moet de categorie ontlenen aan het bestek dan wel afspreken met de opdrachtgever.
  2. De documenten die als basis dienen voor de opdracht (tekeningen en bestek)
  3. Wie de hoofdconstructeur van het betreffende werk is
  4. Milieuklasse
  5. Constructieklasse
  6. Gevolgklasse
  7. Brandwerendheidseisen
  8. Criteria ten aanzien van uiterlijk en afwerking


De opdrachtgever van het totale project

De taken en verantwoordelijkheden die volgens de met de aannemer overeengekomen categorie niet aan de certificaathouder zijn toebedeeld, horen te zijn ondergebracht bij de hoofdconstructeur. Regelt de opdrachtgever dit niet, dan neemt hij automatisch zelf de betreffende verantwoordelijkheid op zich.


De hoofdconstructeur

De categorieaanduiding in het bestek behoort aan te sluiten bij zijn taken en verantwoordelijkheden die met de opdrachtgever zijn overeengekomen.


Het Bouwtoezicht

De berekeningen (in categorie 1 en 2 de tekeningen) van de leverancier/producent zijn voorzien van de categorie-aanduiding. Daarmee is geborgd dat deze zijn gebaseerd op de juiste uitgangspunten. Dit bevordert de snelheid van controle.

Nadere informatie

Nadere informatie

Voor nadere informatie http://www.kiwabeton.nl/

© 2016 AB-FAB - Website ontwikkeling: Wurld