Oplegging op consoles

De platen worden opgelegd op consoles die in de woningscheidende wanden ingeklemd of aangestort worden. Om schuifspanningen te voorkomen wordt op de console een strook staalvilt gelegd. Het staalvilt wordt een stukje teruggelegd ten opzichte van de rand. Dit om randspanningen te voorkomen (fig. 9.045). De stelnaad tussen de platen onderling wordt afgedicht met een flexibele kit die is voorzien van een rugvulling. Om verschuiven van de plaat te voorkomen kunnen de elementen door middel van stukjes hoeklijn aan de achterliggende constructie gefixeerd worden.

Lees verder: Consoles


Prefab elementen aan de gevel

Bevestiging gevelelementen

Oplegging op consoles

De platen worden opgelegd op consoles die in de woningscheidende wanden ingeklemd of aangestort worden. Om schuifspanningen te voorkomen wordt op de console een strook staalvilt gelegd. Het staalvilt wordt een stukje teruggelegd ten opzichte van de rand. Dit om randspanningen te voorkomen (fig. 9.045). De stelnaad tussen de platen onderling wordt afgedicht met een flexibele kit die is voorzien van een rugvulling. Om verschuiven van de plaat te voorkomen kunnen de elementen door middel van stukjes hoeklijn aan de achterliggende constructie gefixeerd worden.

Lees verder: Consoles


Oplegging op hoeklijnen

Bij sprongen in de gevel en bij balkon- en loggiaplaten die niet over de hele breedte van de woning doorlopen, kunnen hoeklijnen worden toegepast. Via ankers worden de hoeklijnen aan de achterliggende constructie bevestigd.

Oplegging op metselwerk

Hierbij wordt de belasting uit het prefab element via het metselwerk naar de fundering afgevoerd. Door de belasting uit de bovenliggende verdieping(en) wordt de vrije werking van het element tegengegaan. Hierdoor kan scheurvorming door temperatuur, kruip en krimp ontstaan. Indien niet meer dan twee verdiepingen doorgestapeld worden, kan deze methode toegepast worden.

Bevestiging met nokken

Indien de achterliggende constructie zich hiervoor leent en de benodigde f-waarde van 0,65 gehaald wordt, kunnen de platen met nokken met uitstekende wapening verbonden worden. De hart-op-hart-afstand bedraagt ongeveer 1 m. De breedte van de nok is ongeveer eenvijfde van de hart-op-hart-afstand met een maximale nokbreedte van 200 mm. De zwaarte van de uitstekende wapening wordt aan de hand van een statische berekening bepaald. De nuttige hoogte ter plaatse van de goot is meestal doorslaggevend voor de berekening van de nok. Omdat de prefab plaat een opstaande rand heeft, is deze over het algemeen stijver dan de achterliggende constructie. Hierdoor heeft de achterliggende constructie de neiging aan de plaat te gaan hangen. Hier moet met het berekenen van de plaat rekening gehouden worden. Met nokken kan zowel een uitkraging (momentverbinding) als een oplegging (dwarskrachtverbinding) worden gemaakt. Het nadeel van een nokverbinding is dat de platen in de ruwbouw meegenomen moeten worden of men moet sparen in de vloer. De kans op beschadiging is hierdoor groter en de voorbereidingstijd wordt behoorlijk minder.

Bevestiging koudebrugonderbreking

Indien de vereiste f-waarde niet gehaald wordt, is een verbinding door middel van een koudebrugonderbreking een alternatief voor een nokverbinding. Bij een koudebrugonderbreking loopt de isolatie over de gehele achterrand door. De verbinding met de achterliggende constructie wordt ter plaatse van de isolatie in roestvaststaal uitgevoerd. Ook bij een koudebrugonderbreking kan zowel een moment als een dwarskrachtverbinding gemaakt worden. Het type koudebrugonderbreking wordt aan de hand van een statische berekening bepaald. Ook hier is de hoogte ter plaatse van de goot doorslaggevend. De elementen moeten net als bij de verbinding met nokken in de ruwbouw worden aangebracht of men moet sparen in de vloer.

Bouwkundige detaillering

De voorrand van de plaat hoort lager te zijn dan de rand aan de gevelzijde. Dit voorkomt lekkage bij een eventuele verstopping van de hemelwaterafvoer. De breedte van de rand is afhankelijk van de bevestiging van de baluster van het hekwerk. Indien de baluster op de rand bevestigd wordt, moet de breedte minimaal 120 mm zijn.

© 2015 AB-FAB - Website ontwikkeling: Wurld