Drie typen vloeren 

In Nederland worden de volgende begane-grondvloeren in de woningbouw toegepast:
• ribcassettevloer;
• kanaalplaatvloer;
• combinatievloer;
• op zand gestorte vloer.
(zie voor de eerste drie typen hoofdstuk ‘Toegepaste prefab betonproducten’.

Toegepaste prefab producten

Begane grondvloer

Drie typen vloeren 

In Nederland worden de volgende begane-grondvloeren in de woningbouw toegepast:
• ribcassettevloer;
• kanaalplaatvloer;
• combinatievloer;
• op zand gestorte vloer.
(zie voor de eerste drie typen hoofdstuk ‘Toegepaste prefab betonproducten’.

Functies begane-grondvloer

Alle vloertypen zijn toepasbaar bij zowel stapelbouw als gietbouw. De functie van de begane-grondvloer in een bouwwerk is in de eerste plaats een vrijdragende vloer die een bruikbare scheiding vormt tussen de ondergrond en de eerste woon- of werklaag. Primair moeten de belastingen veilig worden afgevoerd naar de fundering. Daarnaast moet de begane-grondvloer een bijdrage leveren aan de warmte-isolatie en voldoen aan bouwfysische eisen met betrekking tot geluidwering, vocht van buiten en vocht van binnen door optredende condensvorming. De eerste woon- of werklaag moet worden afgeschermd van het klimaat in de kruipruimte.

Toepassing

De geprefabriceerde begane-grondvloeren zijn in principe bouwmethode-ongebonden. Na montage van de elementen tot een gesloten vloerveld, wordt meestal een afwerklaag aangebracht. Gewoonlijk bestaat deze uit een cementgebonden dekvloer van 30 tot 50 mm. Een anhydrietgebonden dekvloer wordt eveneens toegepast. Soms is een dikkere afwerkvloer noodzakelijk; dit als bijvoorbeeld een krimpwapening moet worden toegepast of leidingen in de afwerkvloer moeten worden opgenomen.

Breedplaatvloer


​Kanaalplaatvloer

Kruipruimteloos bouwen

Steeds vaker worden nieuwe woonwijken gesitueerd in gebieden die vanuit de water-huishouding geredeneerd ongeschikt zijn voor bebouwing. Veranderend overheidsbeleid leidt ertoe dat meer en meer het natuurlijke grondwaterniveau zoveel als mogelijk wordt gehandhaaft door geen drainage aan te leggen. Wateroverlast in de bouwfase evenals tijdelijk water in wel/niet aanwezige kruipruimte kan hiervan het gevolg zijn.

Vocht in de kruipruimte

Vocht in de kruipruimte kan op drie manieren onbedoeld in de woning terechtkomen:
• dampdiffusie;
• capillair transport;
• luchttransport.


Uitgaande van normale betonnen systeemvloeren kan eenvoudig worden aangetoond dat de beide eerste mogelijkheden verwaarloosd kunnen worden. De enige wezenlijke bijdrage wordt normaliter geleverd door luchttransport. Als mogelijk antwoord hierop is aan het begin van de jaren '90 het kruipruimteloos bouwen ontstaan. Immers als er geen kruipruimte is kan er ook geen onbedoeld luchttransport vanuit de kruipruimte naar de woning zijn. Na vele ervaringen op vele plaatsen kunnen praktisch gezien twee situaties onderscheiden worden:
• op zand c.q. grondverbetering gestorte zelfdragende vloer;
• vrijdragende systeemvloer.

Met of zonder kruipruimte

In de praktijk is gebleken dat kruipruimteloos bouwen niet per definitie betekent: bouwen zonder vrijdragende systeemvloer. Kruipruimteloos bouwen met vrijdragende vloer wijkt niet veel af van bouwen met kruipruimte. Door grondzakkingen kan, onbedoeld, toch een luchtlaag ontstaan. Het verschil is: geen kruipluiken meer en meer aandacht voor leidingen. Zowel met als zonder kruipruimte is het probleem van vochtproblematiek oplosbaar, doch in beide gevallen is de kwaliteit van de uitvoering doorslaggevend.


Ruime ervaring, opgedaan in diverse projecten, leert dat in beide situaties - de in het werk gestorte vrijdragende vloer en de geprefabriceerde systeemvloer - en bij een goede uitvoeringskwaliteit, het bouwen in gebieden met hoge grondwaterstanden goed mogelijk is en niet hoeft te leiden tot vochtproblemen. Bij het doorrekenen van de bouwkosten van beide systemen blijkt echter dat de in het werk gestorte vrijdragende betonvloer aanmerkelijk duurder is, waarbij de verschillen kunnen oplopen tot de orde grootte van ca. 20%.

KOMO-attest

De details van alle typen begane-grondvloerelementen zoals deze staan opgenomen in de KOMO attest-met-productcertificaten van de producenten voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Het betreft hier eisen waarmee veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid worden geregeld.

Prefab begane-grondvloeren worden samengesteld uit vrijdragende betonnen elementen. Aan de onderzijde zijn ze voorzien van een warmte-isolerende laag, doorgaans van geexpandeerd polystyreen (EPS). Dit materiaal kent geen capillaire werking en is dus bij uitstek geschikt is als isolatiemateriaal. Geïsoleerde begane-grondvloeren kunnen worden berekend in milieuklasse 1 (in ongeïsoleerde uitvoering worden de elementen berekend in milieuklasse 2).

Brandwerendheid

Het Bouwbesluit stelt voor wat betreft de brandwerendheid van de vloerconstructie met betrekking tot de scheidende functie geen eisen aan de begane-grondvloeren boven kruipruimte of ruimten van geringere hoogte.

Vocht van buiten

Voor de plaatsing en uitvoering van eventueel aan te brengen waterkerende lagen wordt verwezen naar NPR 2652 [9.3]. Voor de uitvoering van kruipluiken, leidingdoorvoeren en afdichting van naden en kieren in begane-grondvloeren kan gesteld worden dat deze nagenoeg luchtdicht moeten zijn om een voldoende laag niveau van specifieke luchtvolumestroom te waarborgen. Naast de in NPR 2652 aangegeven details worden in de attesten-met-productcertificaat (ampc) van de producenten details gegeven welke eveneens toegepast kunnen worden.

Vocht van binnen

In ampc's worden details gegeven die voldoen aan de f-waarden van 0,65 en 0,50 uit het Bouwbesluit voor woningbouw respectievelijk utiliteitsbouw.

© 2015/2017 AB-FAB - Website ontwikkeling: Wurld