Prestatie-eisen

Vervorming

Bijkomende doorbuiging

Een vloer in een woning of een woongebouw mag door optredende vervorming niet zodanig doorbuigen dat deze minder goed bruikbaar wordt. Daarom moet de vloer voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de maximaal toelaatbare vervormingen; deze eisen staan in NEN 6702 vermeld. Voor belastingen en belastingcombinaties moeten de eisen in NEN 6702 worden aangehouden. De vervorming moet volgens art. 8.6 van NEN 6720 worden bepaald. Bij de bepaling van de vervorming is een aantal begrippen van belang. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

De optredende doorbuiging door de veranderlijke belasting en de kruip van het beton wordt de bijkomende doorbuiging genoemd. Deze doorbuiging is vooral van belang wanneer op de vloer steenachtige wanden rusten. Na het aanbrengen van deze wanden moet om scheurvorming in de wanden te voorkomen de nog optredende doorbuiging beperkt blijven. De bijkomende doorbuiging is geen eis die wordt gesteld in het Bouwbesluit. Deze kent alleen een eis ten aanzien van de doorbuiging in de eindtoestand. In de kwaliteitsverklaringen van de betonnen systeemvloeren is op aandringen van de producenten deze eis wel opgenomen. Voor vloeren bedraagt de toelaat-bare bijkomende doorbuiging maximaal 0,003 maal de overspanning en voor daken maximaal 0,004 maal de overspanning. Wanneer steenachtige wanden op de vloer zijn geplaatst, bedraagt de toelaatbare bijkomende doorbuiging maximaal 0,002 maal de overspanning. 


Schematisch doorbuiging en zeeg in een breedplaatvloer

© 2015/2017 AB-FAB - Website ontwikkeling: Wurld